Ik en Proxy!


“Ja! Voor het eerst in 20 jaar ben ik blij om te zeggen dat we de eerste technische vrouw hebben!” “Nee he?” denk ik bij mezelf. Ik kijk om me heen en ik zie een zaal vol kale koppen en (oude) mannen. “Waar ben ik nu in beland?”. Dit is mijn eerste reactie als ik als groentje binnenkom in een organisatie met 20 jaar Linux ervaring en met mannen met zeker zoveel of zelfs meer ervaring. Hoe ga ik dit als groentje overleven? Word ik wel serieus genomen door al deze mannen?

Voordat ik begin. Wie ben ik? Mijn naam is Vera Lakmaker, ik ben 29 jaar en ik woon officieel in Rotterdam. Echter, mijn hele sociale leven bevindt zich meer in Antwerpen, dus ik voel me eigenlijk een expat in eigen stad. Ik zal je niet verder vervelen met mijn sociale leven of waarom ik als “vrouw” in Linuxland terecht ben gekomen. Ik wil het vooral hebben over mijn eerste maand hier bij Proxy en bij al deze (kale, oude) mannen.

Ik moet toegeven dat ik behoorlijk nerveus was toen ik mijn eerste dag in dit bedrijf begon. Ik dacht dat ik wel een beetje Linux kennis had. Ik bedoel, ik heb weliswaar mijn RHCSA niet, maar het afgelopen half jaar heb ik toch veel in mijn vrije tijd gestoeid met Linux. Ik ken de stof, ik weet hoe ‘t werkt. Ha, niets is minder waar. Op 19 november stond ik bij de eerste standup, onze dagelijkse meeting waarbij elk teamlid vertelt wat hij aan het het doen is. Dit klonk eigenlijk een hoop Chinees met een paar bekende woorden; Bareos, PFsense, IPA..Switch..Netwerk… Access Point. Uit dat lijstje kon ik wel een beetje opmaken wat er aan de hand was, maar van het grosso modo had ik niets gehoord. Mijn taak in dit team? Naar een monitor kijken waarbij gele en rode meldingen voorbij komen. Het zag eruit alsof ik hiërogliefen aan het bestuderen was. Servers met de meest onlogische namen, services waarvan ik nog nooit gehoord had.

Mijn eerste week was letterlijk, ga maar zitten en succes. Ik had geen richtlijn, niemand die mijn handje vasthoudt. Ik heb wel een mede Junior Consultant die er een half jaar langer zit en mij een beetje kon begeleiden. Mijn eerste week was dus vooral kijken, luisteren, vragen stellen en vooral veel onderzoeken. Ik ben niet echt een typische techneut. Ik ben vrij chaotisch, een spring in ‘t veld, te enthousiast en geen pietje precies. Echter, ik ben gek op het werken met Linux. Het piekt mijn nieuwsgierigheid en ik blijf het fascinerend vinden, ondanks dat alle testen die ik ooit heb gemaakt zeggen dat ik vooral geen beheerder moet worden. Het is nu juist die passie en enthousiasme die ik deel met mijn mede collega’s.

Dit zorgt voor een band, ik werk met mannen die net zo goed mijn vader hadden kunnen zijn. De ene wat meer communicatief dan de ander. Maar maakt dat uit? Nee. Vanaf mijn eerste dag voel ik mij welkom. Niet omdat ik ik een relatief jong grietje ben, maar omdat ik iemand ben die gegrepen is door Linux en de Open Source-cultuur. Ik hoef maar een vraag te stellen en ik krijg gelijk eindeloze verhalen over de situatie bij onze klanten, hoe iets is opgezet en hoe iets werkt. Soms stel ik echt hele simpele vragen. Maakt dat uit? Nee, want dan krijg ik weer uitgebreid uitleg over hoe SSH-tunnels werken of zoeken we samen uit waarom iets niet werkt. En weet je dan wat ik zie? Een glinstering in de ogen van mijn collega en een lach op het grijze of kale hoofd. Dat vind ik mooi.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *